De kleur licht goudgeel. Op het oog vrijwel onzichtbare belletjes, heel knap volledig versmolten met de wijn. Volle, rijke en indringende neus, uiterst aromatisch. Fijne, zachte mousse. Complexe wijn met zeer intense smaak, diep en breed met zalige zuren. De fles is in speciale gele folie gewikkeld ter bescherming tegen UV licht. De champagne is op dronk maar wint aan complexiteit door de champagne te bewaren (max. 6-8 jaar).
De kleur licht goudgeel. Volle, rijke en indringende neus, uiterst aromatisch. Fijne, zachte mousse.
Complexe wijn met zeer intense smaak, diep en breed met
zalige zuren.
Chardonnay
De Chardonnay druif is een witte druif, zeer geschikt voor vinificatie en rijping op hout. Verder is het een vroegrijpe druif die resistent is tegen kou maar tevens tegen warmte kan. Deze druif wordt veel gebruikt voor mousserende wijnen, zoals champagne. Hij geeft stevige, volle wijn met karakter en een delicaat bouquet. De druif kan zeer verschillende wijnen voortbrengen, van Chablis tot een Saint-Véran uit het zuiden van de bourgognestreek. Hij is verwant aan de andere bourgogne- en champagnedruif de pinot blanc, waar hij erg op lijkt. De chardonnay heeft echter een andere smaak. Hij wordt ook wel weisser klevner genoemd (in de Elzas), pinot blanc chardonnay, beaunois en ook auvernat blanc.
In vergelijking met de sauvignon blanc of de gewürztraminer is zijn geur en aroma niet bijzonder krachtig. In koelere klimaatzones heeft hij een groeneappelsmaak, in mildere temperatuurzones een meloensmaak, en in de warme temperatuurzones smaakt de wijn naar exotische vruchten, zoals ananas en mango. Chardonnay rijpt betrekkelijk vroeg en kan een hoog alcoholgehalte halen, waardoor hij bedrieglijk zoet smaakt. Een goed gevinifieerde chardonnay zal een lange afdronk hebben. De chardonnaydruif is ideaal om wijnen te maken die op eiken vaten worden gelagerd. Wijn met deze zogenaamde 'houtopvoeding' krijgt vanilletonen in haar smaak.
Meestal zal een goede chardonnaywijn een tweede fermentatie hebben gehad, de zogenaamde malolactische gisting. Deze heet zo omdat het naar groene appelen ruikende, venijnige appelzuur wordt omgezet in het mildere melkzuur
Pinot Noir
De Pinot noir druif (Frans) ook wel Spätburgunder (Duits), is een blauw druivenras dat het best gedijt in streken met een getemperd klimaat, waar het groeiseizoen per definitie lang is en dus aromavorming in de vruchten bevordert. Haar favoriete grond is kalksteen, al dan niet vermengd met ijzerhoudende klei. De oorsprong van de pinot noir ligt in de Côte de Nuits in Bourgogne, waar de Pinot noir al tweeduizend jaar groeit. Buiten Bourgogne blijkt het niet altijd eenvoudig om dit ras te verbouwen waardoor hij een veel geringere verspreiding kent dan bijvoorbeeld de Cabernet Sauvignon.Toch planten steeds meer wijnstreken deze druivenstok aan.
In de Elzas levert de Pinot noir een cépage wijn. Ook in Duitsland doet de druif het goed. Inmiddels is de druif te vinden in meerdere Europese landen en in de nieuwe wijnwereld.
Rode wijnen van pinot noir hebben gewoonlijk niet zo’n heel donkere kleur, maar wel een aantrekkelijke geur. Ook kenmerkend is de fijne smaak die de wijn vanaf zijn jeugd al heel toegankelijk maakt. Ondanks die zachtheid en soepelheid kunnen de betere Pinot noirs een lange flesrijping ondergaan. De druif wordt ook gebruikt voor mousserende wijn met als bekendste voorbeeld Champagne. Soms ook wel rosé.